Dit zijn alle columns die Patrick (binsmeister) voor FOK! geschreven heeft. Klik op de link rechtsonder de intro om de column te lezen.
Wat trof ik nu in mijn brievenbus aan? Een babykaartje van jou! Met een heuse foto van je trotse moeder en jij als slapende mensenpuppy tegen haar borst aangedrukt. Je kaartje informeerde mij dat je maarliefst 53 centimeter bent. De laatste keer dat je moeder mij over centimeters informeerde betrof het een genante klaagzang over je vaders bedroevend kleine gereedschap, dat, en ik citeer, op een ‘kortzichtige geodriehoek’ zou lijken.
“Sletje! Sletje, hier komen! Sletje!” Dit was niet een tekst die ik zelf mompelde in mijn slaap, omdat ik droomde dat ik een bordeel aan het runnen was. Het was ook niet mijn buurman die als hockeycoach van een damesteam een van zijn wellustige pupillen bijles gaf op zijn slaapkamer. Het kwam van buiten. Het blauwe gordijn, dat na jaren trouwe dienst in mijn ouderlijk huis een nieuwe bestemming had gevonden, schoof ik opzij.
Iedereen is er weleens geweest. Een op Amerikaanse leest geschoeide eetgelegenheid. Ik twijfelde even het woord restaurant te gebruiken, maar dat lijkt me nu onlangs de Michelin sterren zijn toegekend niet echt gepast. Ik heb het over een ordinaire vreetschuur waar je voor een vast bedrag in twee uur zoveel mogelijk voer naar binnen mag proppen. Ik mijd die plaatsen liever, maar iedereen met een enigszins sociaal leven ontkomt er soms niet aan. Zo moest ik mij afgelopen vrijdag ook schikken naar de organisator van ons teamuitje. Om half zes stond ik bij een vreetschuur binnen die ‘Etenstijd' heet. Een jongedame die haar barbiepoppen zo te zien net had verruild voor een make-up-setje van de HEMA heette ons van harte welkom. Ze begeleidde ons naar een tafel alwaar ze een standaardtekstje opdreunde dat het startsein betekende voor een schranspartij.
Wanneer je met enige weemoed over je eigen jeugd nadenkt, dan weet je dat je de lente van je leven achter je hebt gelaten. De zomertijd is aangebroken. Dat besef ik me maar al te goed. Ik zal dan ook voortaan niet meer om een plakje worst vragen als ik bij het slagersmeisje mijn boodschappen afreken. De tijd van een plakje Bassieworst ligt reeds achter me. Ik kwam tot dit pijnlijke besef toen ik mijn postvak leegde. Het grote Intertoysboek had zijn weg weten te vinden naar mijn brievenbus. En dat terwijl ik een ‘nee-nee-nee-nee-sticker’ op mijn postgleuf heb geplakt!
Ik doe mijn boodschappen altijd bij de Albert Heijn. Dat is niet omdat ik dol ben op hamsteren of seksueel opgewonden raak van het gebruik van mijn bonuskaart, maar omdat het nu eenmaal de dichtstbijzijnde supermarkt is. Een leuke bijkomstigheid is dat de kassameisjes van de Albert Heijn doorgaans niet worden geselecteerd op hun lelijkheid, zoals ze bijvoorbeeld bij de Aldi wel doen om de bedrijfscultuur zo Duits mogelijk te houden. Daar waar je in de Albert Heijn slechts sporadisch een vrouwelijke trol tegenkomt, zo lijkt bij andere supermarkten het trolschap een voorwaarde te zijn om je in zo’n aftandse supermarktoutfit te mogen hijsen. Gatverdamme!
Enkele maanden geleden had ik op het station van Breda een boete gekregen voor het te ver verwijderd van de rookpaal opsteken van de vredespijp. Dat zou me niet nog een keer gebeuren! Ik stond dit keer dan ook keurig bij de rookpaal. Dat ik daarbij ook mijn lus uit mijn broek had gehaald om mijn alcoholische blaasinhoud te verspreiden op deze paal kan enkel en alleen gezien worden als een uiting van humor.
Wanneer je besluit om elf uur ’s ochtends de kroeg in te duiken dan heeft dat een enorme invloed op het verdere verloop van de dag. De toestand in bar ‘The Remix’, alwaar de schone Slowaakse Isabella ons van drank voorzag, was dan ook na verloop van tijd ronduit carnavalesk. Kon een eerste poging van de Benjamin van ons gezelschap tot het gezamenlijk zingen van een lied nog op hoongelach rekenen, aan het einde van de middag was iedereen de schaamte voorbij en maakte het drankgelag met de bijbehorende liederen zich meester van de historische binnenstad van Bratislava.
Mijn huisgenoot en ik besloten op te blijven voor het schaatsen. Daar waar vrouwenvoetbal mij een doorn in het oog is, zo geldt dat zeker niet voor vrouwenschaatsen. Bovendien betreft het de Olympische Winterspelen. Spelen waar ik zelf ook over enkele jaren met het eerste Nederlandse curlingteam de Leeuw op oranje klompen hoop te mogen vertegenwoordigen. In mijn dromen loop ik al in het Holland Heineken House de polonaise met Maxima en Koning Pils, die ik dronken voer, zodat de Koningin een nachtje met mij doorbrengt in het Olympisch dorp. Sotsji 2014: here we come!
Zondag is de enige dag in de week waarop het geoorloofd is niet te douchen. De zondagse lichaamsbeweging heeft slechts één doel en dat is om ongezond voer in je hoofd te stoppen. Zo rond half zeven was ik de met Taksi weggespoelde Nibits, koffieleutjes, mini-bounty’s en Euroshopper winegums meer dan zat en begon mijn maag te verlangen naar een echte maaltijd. In pyjamabroek en mijn voor de wasmand rijpe capuchontrui strompelde ik naar het nabijgelegen 'Hong Kong.'
Soms moet je om iets zinnigs over een bepaald onderwerp te kunnen schrijven onderzoek doen. Mogelijk volstaat je onderzoek niet slechts met lezen over het onderwerp, maar moet je er echt op uit. Aldus legitimeerde ik mijn bezoek aan een peeskamertje op de Wallen in de derde klas van het VWO. Het was voor een diepte-interview dat gepubliceerd zou worden in onze schoolkrant.
Na het winnen van een bierestafette in een café in Breda moest er uiteraard nog meer bier gedronken worden. Dat je als buitenstaander weg wordt gekeken uit een kroeg, dat is vrij normaal. Dat je dit als buitenstaander niet door hebt niet. Normale mensen zouden zich net zo snel uit de voeten maken als een astmapatiënt een wigwam zou ontvluchten waar zojuist door opperhoofd Bleke Anus een vredespijp is aangestoken, maar wij niet.
Het was kwart voor vier in de vroege ochtend toen ik de parkeergarage verliet en het Koningsplein overstak. Thuis haalde ik een zak met drie boterhammen uit de vriezer. Het feit dat ik over drie uur brood zou staan smeren, stemde mij allerminst vrolijk. Verlangend naar mijn bed poetste ik slechts voor de vorm heel kort mijn tanden. Het feit dat ik over drie uur net voor het brood smeren in deze fucking iglo zou staan te douchen, stemde mij nog minder vrolijk. Mijn ‘Gerard Joling-bedovertrek’ had gelijk. Ik had er de kracht niet meer voor.
Zoals goed nakroost betaamt, vereer ook ik zo nu en dan ‘Hotel Mamma’ met een bezoek. Niet om een zak met was af te geven of, ondanks dat de Binsbanki nog steeds op omvallen staat, om met een glimlach wat geld los te puiteren, maar gewoon om mijn gezicht te laten zien. Dat was mijn plan toen ik met de trein vertrok richting het pittoreske Leerdam. Een reis van een klein uurtje. Omdat ik het meest depressieve station van de wereld, Geldermalsen, wilde vermijden, koos ik ervoor om via Breda en Dordrecht te reizen. Vrouwe Fortuna bleek mij echter niet bepaald gunstig gezind.
Ze vroeg me hoe oud ik haar schatte. Haar overduidelijke kraaienpootjes vertelde me dat ze de dertig reeds enkele jaren was gepasseerd. Ik antwoordde dat ik haar ongeveer zesentwintig zou schatten. Als mijn vader Gepetto had geheten dan had ik zeker met mijn neus haar drankje, dat op de bar stond, omgestoten. De dame in kwestie vatte het echter niet als leugen op.
Het was erg rustig in de parkeergarage. Ik keek uit verveling naar de klok. Het was half drie. Een opluchting, want over twee uurtjes kon ik deze toko mooi sluiten. Ik pakte het laatste deel van mijn krantje. Net toen ik mijn zaterdagkrant tot oud papier verklaarde, verlieten enkele dronken stappers jolig lallend de garage. Ik besloot Radio 1 op te zetten in de hoop getrakteerd te worden op wat mooie verhalen. Het was inmiddels drie uur. Het NOS- nieuwsbulletin. Het nieuws opende met een zeer verontrustend bericht. De wintertijd was ingegaan. NEE!
De stad ontwaakte. Eigenlijk hadden de vrolijke zonnestralen, die op mijn gezicht schenen me een ‘Hilversum III-gevoel’ moeten bezorgen, maar ik vond het ronduit kut om op dit tijdstip over straat te lopen. Niemand die zijn eigen lied zong. Er stond niemand zingend te metselen op de steiger waar ik langsliep. De meneer op de steiger plantte daarentegen, al dan niet expres, een smerige rochel voor mijn voeten. En bedankt!
Dyslexie is een duur woord voor dom, ADHD een term voor kinderen die naaiend irritant zijn en een posttraumatische stressstoornis is voor mensen met aanstelleritus," zo hoorde ik een jongen betogen in de trein naar Maastricht.Het verdere gebrabbel van de jongeman, dat meer op Duits dan op Nederlands leek, kon ik niet ontcijferen.Eens te meer werd mijn vooroordeel over de Limburgse provincie bekrachtigd: 'hoe zuidelijker je in Nederland komt hoe dommer de mens.' Daarnaast zijn Limburgers een laf en hypocriet volkje en zie ik de provincie dan ook het liefst zo snel mogelijk met een grote strik kado gedaan worden aan onze Duitse vrienden.
Gelukkig is Dublin maar een uur en een kwartier vliegen. Zeker wanneer je in een toestel van Ryanair zit. Vlieg je met deze Ierse maatschappij, dan weet je hoe een zonder verdoving gecastreerd biggetje zich voelt als hij met al zijn vriendjes en vriendinnetjes in een te kleine vrachtwagen wordt vervoerd naar een louche slagerij ergens in Noord-Italië. Ryanair is je reinste biggentransport!
Op zondag gaat alles langzamer en is het geoorloofd in slaapkledij plaats te nemen op de bank en deze slechts te verlaten voor een wandeling naar toilet, koelkast en tegenoverliggend Chinees restaurant. Aangezien het Nederlands elftal woensdag een oefeninterland speelde tegen Japan en in trainingskamp verkeert in verband met de interland tegen onze Schotse vrienden, lag de voetbalcompetitie stil. Wat moesten mijn huisgenoot en ik nu kijken op onze zondagavond?
Soms is het leuk om gehoor te geven aan impulsiviteit. Zo vatte vrijdagavond het idee post om te gaan stappen in Dusseldörf. Een klein kwartier later was er voor nog geen vijfentwintig euro per persoon een hotelkamer geboekt en een ruime twee uur daarna stonden we in het Mercurehotel alwaar een vriendelijke jongedame ons de sleutel overhandigde van onze ´rauchzimmer.´ Het plan was om in het oude stadsgedeelte wat te gaan eten om aansluitend in de ´Sub´ wat te gaan drinken en vervolgens rond een uur of twaalf in de ´Nachtresidenz´ te eindigen. Een impulsief plan moet natuurlijk wel tot in de puntjes uitgestippeld worden!
Het is kwart voor twaalf in de middag als ik wakker word van een vervelende Barend die herrie aan het produceren is op het Koningsplein. Het was dit keer niet de marktkoopman met zijn kutaardbeien, bananen of smerige kiwi’s. Ook was het geen louche kermisexploitant die het nodig vond zo’n vervelende kitscherige tune de ether in te knallen. De vrolijke vriend die mij uit een heerlijke droom haalde waarin ik geitjes aan het melken was met degene waar ik een oogje op heb, was zijn microfoon aan het testen.
Het is kwart voor tien 's ochtends als de deurbel gaat. Kutzooi! De schoonmaakster. Dat betekent dat ik snel moet zijn met douchen, want Tippy One is dol op het leegmaken van onze boiler. Warm stromend water is vast een luxe dat ze in de krottenwijk van Manilla niet kende. Ik had eigenlijk nog een uurtje of twee willen doorbrengen in mijn liefdesnestje in verband met het terrasbezoek van de vorige avond, dat een beetje uit de hand was gelopen.
Het leukste aan de dierentuin vind ik altijd aapjes kijken. Ik vraag me altijd af, als ik naar de aapjes aan het kijken ben, wie er nu eigenlijk de apen zijn. Zijn het de Homo Sapiens die als een weirdo in hun toeristenkloffie debiel staan te doen? Het is immers niet zo verwonderlijk dat Bokito een statement maakte door een van die weirdo’s eens goed bij te tikken. Of zijn het toch de apen zelf, die doorgaans vrij relaxed zitten te genieten van hun appel of banaan?
Op het scherm van de rookruimte van Holland Casino Breda zie ik lachende mensen aan een roulettetafel staan. Als de mensen, die net zo nep lachen als de dames uit de lingeriesectie van de Wehkamp die ik in mijn puberteit met rode oortjes gadesloeg, verliezen wordt het een nog surrealistischer schouwspel en beginnen ze zich nog stompzinniger te gedragen.
Geachte Burgervader Vreeman,
Al meer dan twee jaar woon ik met bijzonder veel plezier op het lelijkste plein van Nederland, het Koningsplein in Tilburg. Tilburg is inmiddels uitgegroeid tot een echte evenementenstad, hetgeen ik als positief ervaar. Ik vind het dan ook niet erg om zo nu en dan wat oorhaartjes te verliezen door evenementen op het Koningsplein. Sterker nog: met veel plezier en enthousiasme deel ik zelfs mee in de feestvreugde. Ik zet dan ook graag mijn feestneus op. Dit keer riekt de overlast die ik en mijn huisgenoten gaan ondervinden van de kermis echter naar een onmenselijke situatie.
Daar stonden we dan in het weiland. Met een kleine bal en een stok. Het is bij boerengolf de bedoeling dat je met een stok een bal het weiland in mept. Uiteindelijk moet de bal verdwijnen in een emmer die ergens in de grond is gegraven bij een vlag. De eerste hole is nog wel leuk, maar toen ik erachter kwam dat er nog tien andere waren, werd ik boos op de initiator van dit kutspel!
Doorgaans kom ik niet graag op plekken waar heel veel kinderen aan het rondhuppelen zijn. Dit keer ontkwam ik er echter niet aan, want ik moest mee met de familie naar Duinrel. De avond ervoor had ik een feestje, dus ik zou in de loop van de ochtend de trein wel pakken. Mijn katerochtend begon al redelijk kut, omdat het tevens de ‘Dag van de veteranen’ was in Den Haag. Het was zelfs zo druk op het perron dat ik een trein aan me voorbij moest laten gaan.
Het is kwart voor één 's nachts als ik wat gebiologeerd in een boek aan het wegdromen ben. Een auto komt de parkeergarage binnenrijden. Ik kijk even op, maar duik snel weer in het boek. Een kleine minuut later springt een kleine ‘Commisaris Rex’ tegen de ruit. Een agent brult: “Waar is die vent, waar is die vent!” Ik moet de agent met een aan geestelijke handicap grenzende simpelheid hebben aangekeken.
Van backpackers hoef je normaal gesproken geen rondje terug te verwachten. Na de door ons betaalde tequila werden we dan ook blij verrast door een drietal Amerikaanse dames, dat zowaar een biertje voor ons bestelde. De stemming kwam er al aardig in. Een ingelijste foto van David Hasselhoff sierde de door de barman zojuist geopende dansvloer.
Het zou een leugen zijn te beginnen met te zeggen hoe spijtig ik het vind dat je relatie met die palingroker uit Volendam nu eindelijk ten einde is. Sinds jullie doktertje spelen, ontpop ik me namelijk al als de grootste fan van Monique. Dit alles had het doel ooit aan te mogen schuiven aan het kerstdiner bij de familie Smit. Zo zou ik dan namelijk met jou in contact kunnen komen. Jarenlang ging ik van optreden naar optreden en zong ik al haar kutnummers luidkeels mee.
Sinds vorig jaar staat tijdens ‘Tilburg zingt’ het lelijkste plein van Nederland vol om gezamenlijk liedjes te zingen. Een mooie reden voor een feestje, zo dachten onze buren.
We eindigden onze lange dag, die ons voerde langs allerlei ‘bountystranden’ en mooie natuur op een zeer klein eiland. Er was zelfs een punt waar er uit twee richtingen golven op elkaar botsten. Gelukkig was het inmiddels een beetje bewolkt geraakt, want onze blanke huidjes waren ondanks het vele smeren met zonnebrand toch lichtelijk aan de verbrande kant geraakt. Het zou niet veel hebben gescheeld of men zag mij aan voor een Engelse vootbalhooligan. Ondanks dat er maar twee barren waren op dit eiland besloten we tot een heuse kroegentocht.
“Billige kurwa, bitte, snel,” sliste Ronald in zijn beste Pools tegen de taxichauffeur. “Wo sind sie from,” vroeg de Poolse snor. Toen ik antwoordde dat we uit Berlin kwamen, was het heerlijk rustig in de taxi. Dat het starttarief wat hoger werd, kon ons weinig schelen.
Dat bleek bij haar nogal mee te vallen, want ze was erg direct. Al houd ik er sterk rekening mee dat haar dronkenschap hier meer debet aan was.
Wederom een reden om geen ochtendmens te zijn: op miraculeuze wijze was mijn tube tandpasta uit de douche verdwenen. Van de andere tube had ik het laatste restje in de gootsteen weten te laten verdwijnen. Mijn tandpasta bevond zich waarschijnlijk in de Alpen, alwaar een huisgenoot op dit tijdstip zijn roes aan het uitslapen was van de apres ski. Er zat niets anders op dan richting supermarkt te gaan, want gisterennacht had ik, ondanks de fabel dat juist ’s nachts bacteriën je tanden bewerken, mijn tandjes ook al niet gepoetst. Je mag niet beschonken een auto besturen, dus waarom dan wel je tandenborstel, zo was mijn gedachte. Het liefste zou ik in bed blijven liggen, maar dat kon vandaag helaas niet, omdat ik een presentatie moest geven. In mijn badjas trok ik er vol goede moed op uit.
Ik gooi van woede bijna een mok koffie tegen de muur. De antieke pruiken in Engeland willen de blonde pruik uit Venlo niet toelaten! Het immer verkeerd aangehaalde citaat, dat aan Voltaire (1694-1778) wordt toegeschreven, maar eigenlijk uit een Engels boek over Voltaire komt uit 1906, ‘Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot mijn dood verdedigen’, gaat klaarblijkelijk voor het Verenigd Koninkrijk niet op.
Je kunt tegenwoordig niet eens meer rustig de televisie aanzetten of je wordt geconfronteerd met een kookprogramma.
‘Een vreemde zaak. Normaal gesproken word ik nooit op mijn rug wakker. Met het slaap in de ogen wil ik rechtop komen. Maar wat is dat? Het zou toch niet waar zijn? Shitzooi! Met mijn hand ga ik richting mijn onderbroek en zo rond de bilnaad komt klein duimpje in aanraking met een substantie van warme klei. Vijfentwintig jaar oud en dan nog de rioolbelasting vanuit bed betalen! Ik begin te schreeuwen vanuit mijn volgescheten liefdesnestje. Enkele seconden later word ik gelukkig wakker.’ Een lucide droom. Freaky materie! Omdat ik het nog niet helemaal geloofde, liet ik mijn vinger nog eenmaal afdalen naar de onderbroek, maar gelukkig slaagde ik er dit keer niet in om een bruine vinger te halen. De boterham met pindakaas sloeg ik deze ochtend maar wel even over.
Ik heb altijd een vies beeld gehad van nudisten. Dat heeft te maken met een jeugdherinnering die teruggaat naar de zomer van 1990. Hoek van Holland. Ik had een gulden gekregen om een ijsje te kopen bij zo´n strandtentje met een heel groot Ola-parasol. Hier werd ik op achtjarige leeftijd traumatisch geconfronteerd met een bukkende Duitse moeder. Het was de tijd dat schaamhaar nog in de mode was. Zeker in Duitsland. Een schokkende ervaring voor een kind. Ondanks dat Ola nog steeds lekkere ijsjes maakt, zal dit merk voor mij onlosmakend verbonden blijven met de smerig behaarde foef van deze bukkende mutti.
Afgelopen week had ik een reünie van de basisschool. Dat zou betekenen dat ik Fleur weer zou zien. Ik voel me nooit op mijn gemak als ik in dezelfde ruimte sta als deze Leerdamse schone. Ik sla zelfs dicht. Ik voel me in haar buurt net zoals die keer toen ik na het bijwonen van een uitzending van ‘De Wereld Draait Door’ aan de bar stond. “Hej, jij hebt vast wel een sigaretje voor me.” Toen ik me omdraaide bleek het Katja Schuurman te zijn. Ze keek net zoals in de playboy die bij ons op het toilet ligt! Dat laatste kon ook te maken hebben met het feit dat ik niet helemaal nuchter meer was, maar ik wist in ieder geval niet veel meer uit te kramen dan: “Nou…..nou, nou.” Bij Fleur heb ik dat ook, maar dan niet alleen omdat zij een incarnatie van Aphrodite herself is. Een genânte situatie is er meer debet aan dat het schaamrood me op de kaken staat als ik in haar buurt ben.
Wat een slap excuus voor een oliebol! Gatverdamme! Het lijkt godmagende wel of ze de taai taai die over was van het Sinterklaasfeest tot oliebol hebben verwerkt. Een sadistisch gebaar van de werkgever om een zak HEMA-oliebollen klaar te leggen in de parkeergarage. Bij het opentrekken van de koelkast begin ik te vloeken. ‘Jip&Janneke-champagne!’ Ik vind het sowieso een gemaakt kutfeest dat nieuwjaar, maar onder de grond in een parkeergarage zitten met taaie oliebollen en nonalcoholische kinderchampagne is behoorlijk kut en deprimerend bovendien.
Wat een ellende om zo voor de kerstdagen door de binnenstad te lopen! Koopziekelingen! Bovendien is winkelend publiek niet erg aardig. Een vrouw die mij passeerde bleek een echte multitasker te zijn. Roken en bellen tegelijk. “Ja, ik hét un boek gekoch.” “Zo zeg! Nu nog leren lezen,” meende ik te denken. In werkelijkheid dacht ik hardop. Eucalypta vond dit niet leuk. Ik vluchtte de Ici Paris in, bang om in een pad getoverd te worden. Wat een kutwinkel! Alsof je het toilet van iemand betreed die bij de plaatselijke bingo een jaar lang gratis WC-eend heeft gewonnen. Gatverdamme wat een loeft!
‘Vogeltje wat zing je vroeg, is de dag niet lang genoeg.’ Tering! Daar heeft mijn wekker gelijk in. Vol goede moed had ik enkele uren eerder mijn wekker gezet. Half 5! Ik besloot in een split second dat ik die samenvatting ook wel in de trein zou kunnen lezen en draaide me om. Een anderhalf uur later fluisterde het duiveltje op mijn schouder me in dat ik voor de herkansing moest gaan. Gelukkig werd op dat moment het engeltje op mijn schouder ook wakker en kotste het duiveltje van mijn schouder. Na ‘Axe’ vervloekt te hebben voor het het feit dat de 'energy-douchegel' mij geen energy gaf, deed ik een poging tot het zetten van een kop koffie. Helaas dacht de hoeveelheid Kanis daar anders over dan Gunnink. Wat een ellende! Nu moest ik het doen met het slootwater van de Kiosk met hun sadistische ‘heerlijk genieten’ bekertjes. Na het maken van mijn tentamen besloot ik een klachtenbrief op te stellen gericht aan de Kiosk.
Fucking kut Ab Klink! Wat is het ellendig koud. Daar kan die ellendige kerstmanpop die vrolijk omhoog klimt aan de lantaarnpaal niets aan veranderen. Wat voel ik mij een junk omdat ik hier nu buiten een nicotineshot aan het nemen ben. Jammer dat ik in dit prachtige biercafé Kandinsky buiten mijn sigaret moet roken. Gelukkig staat er binnen al een nieuwe ‘zeezuiper’ op mij te wachten. Een tafeltje verder van mijn tafeltje zitten drie dames van hun wijntje te nippen. Ik word woest. Wijn in een biercafé! Je gaat toch godmagende ook niet naar een zwembad om te schaatsen? De dames hadden een discussie over het kerstfeest. Jezus van Nazareth moest het afleggen tegen de Kerstman. De Kerstman, hou toch op! Aangezien ik al meerdere ‘zeezuipers’naar binnen gekloenkt heb, besluit ik de dames ongevraagd te trakteren op een klein college ‘kerstologie.’
Aan het oppervlakkig gezwets van kappers heb ik een broertje dood. Mijn laatste kappersbezoek was de laatste keer dat ik een Turk mijn haar laat knippen. Nadat mijn haren waren gewassen door een niet geheel onverdienstelijke vrouw riep zij de kapper die van zijn thee aan het genieten was. Mijn Turkse vriend ´de kapper ´ was op vakantie, dus zijn neef stond in de zaak. Deze sprak geen woord Nederlands. Op zich niet heel erg, want hij hoeft immers enkel mijn haar te knippen. Ik wilde de beste man een kans geven, maar dat had ik beter niet kunnen doen. Deze lul wist mijn volle bos krullen te verneuken tot een dooie cavia. Waarschijnlijk was deze jongen in een Turks bergdorp schapenscheerder of iets dergelijks, maar van de kunst die knippen heet, had de jongeman weinig durum gegeten.
Laatst werd ik opgeruft door een leeftijdsgenoot die zijn ziel heeft verkocht aan een duivels callcenter. De Achmed die aan de telefoon Henk de Vries heette, wilde mij een uitvaartverzekering aansmeren. Of ik al had nagedacht over mijn begrafenis. ´Nee, maar ik heb al wel nagedacht wat ik op mijn grafsteen wil,´ was mijn antwoord. Achmed de Vries zag de humor van mijn antwoord, ´Onder de grond geen kwaaie jongen´,´ niet in. Het contract dat hij had gesloten met Mephistopheles was hem blijkbaar bittere ernst. Of ik wel wist dat de dood een serieuze zaak betrof. ´Daar heb je helemaal gelijk in Henk, nascendo morimur, oftewel door te worden geboren sterven wij.´ Toen ik hem vroeg of hij dan wel een rouwclown kon regelen om de boel wat op te vrolijken op mijn begrafenis beëindigde hij het gesprek.
Vandaag heb ik Big Brother een gunst verleend door op
www.infoEPD.nl een document te downloaden om bezwaar te maken tegen het elektronisch patiëntendossier (EPD). Van een minister mag je toch verwachten dat deze er bepaalde principes op nahoudt, maar ook minister Klink schijnt met Machiavelli’s ‘Prinsesje’ onder zijn kussen te slapen. Bij het donordebat werd namelijk eenzelfde voorstel gedaan, hetgeen toen door de minister werd afgewezen. Het zou namelijk verkeerd zijn om mensen actie te laten ondernemen als zij ergens helemaal niet om gevraagd hebben. Dat er bij de minister in het EPD direct de aandoening Korsakov kan worden toegevoegd, lijkt aan veel mensen voorbij te gaan.
Nu coffeeshops in Terneuzen en Bergen op Zoom door de overlast van Belgische en Franse drugstoeristen worden gesloten, kan de landelijke politiek niet achterblijven hierop te reageren. Alleen SP, Groenlinks en D’66 zijn nog voorstander van legalisatie van softdrugs. De VVD is dat niet meer, de VVD stond destijds ook al het hardste te schreeuwen om paddo’s te verbieden. Iets verbieden rijmt toch niet echt met het liberale gedachtegoed. Is de individuele vrijheid en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid niet vele malen belangrijker?
Rond twaalf uur word ik wakker. Wanneer ik naar de douche slenter en mijn rochel in de toiletpot wil laten verdwijnen, dan verloopt dit niet helemaal volgens plan. Helaas komt deze groene jongen terecht op mijn grote teen. Wat een kutdag! Dat er een lege pleerol hangt, komt mijn gemoedstoestand allesbehalve ten goede. Ik kom tot de conclusie dat ik niet meer kan drinken wanneer het poetsen van mijn tanden tevens orale ontlasting tot gevolg heeft. Daar heb ik dus die kutsmaak van in mijn mond. Ik heb gisteren nog zo’n Turkse specialiteit in rol naar binnen gestoempt. Gatver!
‘Nog snel eet Paul een boterham voor hij te bed gaat. Vandaag was een drukke dag. Hij is met zijn moeder wat aan het kletsen als hij plots schrikt door een enorm kabaal van mensen die schreeuwen en op de deuren in de straat beginnen te bonken. Herdershonden blaffen angstaanjagend. Pauls moeder staat verstijfd in de kamer. Paul zelf sprint via de achterdeur naar buiten. Hij hoort dat de deur wordt ingeschopt. Hij begint te rennen. Uiteindelijk bereikt hij het huis van meneer van Kalshuis van wie hij tot voor kort pianoles van kreeg. De gordijnen zitten dicht, maar hij herkent de heer des huizes aan een schim aan de zijkant. Meneer Kalshuis doet een stukje van het gordijn opzij en kijkt Paul recht in de ogen.’ Zou jij de deur open doen? Zou jij de deur voor Paul opendoen en hem laten onderduiken?
Nog snel steek ik een sigaret op voordat mijn trein arriveert. Als een school sardientjes staat iedereen te dringen om als eerste in het blik te mogen. Ik neem nog een slokje van de koffiedrab die ze mij verkocht hebben als espresso. De beker heeft de opdruk ‘lekker genieten’. Sadisten! Er staan veel figuren op het station die volgens mij bij gymnastiek op de basisschool steevast als laatste werden gekozen bij het verdelen der trefbalteams . Dit jeugdtrauma lijken ze te willen vergeten door zo ver mogelijk vooraan te gaan staan op het perron, zodat ze als eerste een staanplaats kunnen bemachtigen. Het is 11 graden, zo is te lezen op een display, dat pronkt aan een aftandse loods aan de overkant van het station. Het gekkengetal, toeval bestaat niet! Ondertussen biedt de ‘NS-stem’ haar excuses aan voor de smoes dat er door uitgelopen werkzaamheden een kleiner treinstel op het station zal arriveren, dan normaal gebruikelijk is.
Laatst zag ik een voor de SGP revolutionaire documentaire over haar voormaan, van der Vlies. Revolutionair omdat de televisie volgens het gros van haar leden een duivelse uitvinding is. In de documentaire werd op handige wijze doorgevraagd naar een aantal morele kwesties, onder andere naar de rol van de vrouw in de partij en in meer algemene zin: in de maatschappij. De documentaire zette mij aan tot nadenken over de rol van vrouwen in het christendom. Hoe kan het zo zijn dat er in onze moderne samenleving lieden zijn die de vrouw als ondergeschikt aan de man zien op basis van hun geloof? Is de vrouw voor de religies van het boek (Jodendom, Christendom en Islam) ondergeschikt aan de man?
"Meneer, mag ik uw telefoon even gebruiken om te bellen, mijn batterij is namelijk leeg," vroeg een Marokkaans uitziende jongen, terwijl ik de laatste trek van mij sigaret richting de eeuwige jachtvelden blies. In mijn gedachte ging Mohammed er al vandoor met mijn dure telefoon ter financiering van zijn cannabisverslaving of om deze te ruilen tegen 'bling bling' voor één van zijn bitches. Ik schrok hier enigszins van, want ik merkte dat dit gestoeld was op vooroordelen. Niet iedere Marokkaan heet namelijk Mohammed, dat weet ik ook wel.
"Meneer, bah, zou u ergens anders willen gaan staan roken,ik vind het stinken" vroeg een kereltje die gezien zijn pokdalige gezicht nog niet heel lang geleden had afgerekend met een aanzienlijk acneprobleem. Zo´n typje waarbij je heel zijn leven blijft zien dat hij gedurende zijn jeugd het mikpunt van hoon, pesterijen en spot is geweest. En terecht, wat een naar mannetje! Bovendien verschafte de lelijke en verkeerd gestrikte das mij de informatie dat hij nog steeds in ´Hotel Mamma´ vertoeft.
Uit geloofsovertuiging weigert advocaat en orthodoxe moslim Mohammed Enait op te staan voor rechters. Immers hier is de uitzondering op de regel van toepassing: de advocaat mag blijven zitten “als diepe geloofsovertuigingen hem dat voorschrijven.” Net als de grote Allah, Jahweh, Shiva, Jezus van Nazareth, de Dalai Lama, Profeet Mohammed en Sinterklaas ben ik ook van mening dat alle mensen gelijk zijn. Meneer Etain hoeft hier echter niet op te staan voor een persoon, dus zijn religieuze motief gaat hier niet op. Door op te staan toont hij zijn respect voor onze rechtstaat. Hij toont geen respect voor Jan Diederick, Lodewijk, Frits Freek of Anne Fleur, maar voor de functie rechter, de belichaming van onze rechtstaat. Het verschil tussen functie, abstract idee of persoon moet hij zich toch wel eigen hebben gemaakt tijdens zijn rechtenstudie, zou je denken. Meneer Etain zou dus van zijn luie krent af moeten komen! Het probleem is echter wel dat meneer Etain zelf tot deze conclusie zou moeten komen.
Door blaadjes op de rails, een valse bommelding en een zwerver die niet over een geldig vervoersbewijs beschikte, moet ik aardig doorstappen om op tijd de collegezaal te bereiken. Wat een drukte op de campus! Onzekere eerstejaars proberen zo snel mogelijk de juiste collegezaal te bereiken. Uiteraard slagen zij hier totaal niet in. De onkunde die zij tentoonspreiden nu zij niet op hun zorgzame moeder kunnen terugvallen is aan de ene kant aandoenlijk, maar opeens maakt een gevoel zich van mij meester dat ik voor het laatst had op de middelbare school. Daar maakte ik er in het begin van het schooljaar een sport van om met mijn tas enkele brugpiepers op de enkeltjes te raken, zodat zij, gezien het hoge gewicht van hun met gekafte schoolboeken bepakte Kiplingtas, omvielen gelijk kegels op een bowlingbaan. Wat zou ik hen graag op studentikoze wijze het een en ander willen bijbrengen. Geef me een paar dagen om deze feutwezens mores te leren! Hobbelen kutfeuten!
Het was zaterdagmorgen en ik was nog lekker in mijn droom aan het genieten met een coctailtje van dansende tropische schoonheden op een ver bountystrand alvorens ik wakker werd van de deurbel. De zomerse klanken en de smaak van mijn iets te sterke ´Cuba Libre´ dreven af naar de oceaan der vergetelheid…..Kutzooi! Welke nare vlek belt er om tien uur ´s ochtends op zaterdagochtend in mijn droom aan. Dat konden enkel Jehova getuigen zijn. Maar wat was dat nu? Vanuit mijn raam kon ik een heuse cameraploeg voor mijn appartement zien staan. Zou het Henny Huisman zijn met een paar miljoen of was het Gaston met een wat kleiner, maar niet minder welkom, bedrag van €10.000. Of zou het toch Robert zijn met een liefdesverklaring op video van de bardame wiens aandacht ik altijd probeer te trekken met mijn ´ik-ben-dronken-dus-ik-denk-dat-ik-casanova-ben-look.´ Ik was de tropische schoonheid waarmee ik zwoel aan het dansen was al vergeten en strompelde de trap af om de deur open te doen. Bij het opendoen van de deur viel mij een klein ´fitna-tje´ ten deel: het bleek Bert van Leeuwen van de EO te zijn. Tegenvaller, was het toch een Jehova getuige!
Het vervelende aan vakantievluchten is het grote aantal vervelende mensen dat meevliegt. Je zou bijna hopen dat het vliegtuig in zee stort. Zo trof ik het ook weer. Een kutkind dat veel weg had van Eric Cartman vond het grappig om nog voor het vliegveld opsteeg het lied ‘We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal’in te zetten en hier na de landing mee te stoppen. Toen moest er natuurlijk luid geapplaudiseerd worden. Dat doe je toch ook niet als een buschauffeur je veilig van Den Bosch naar Eindhoven brengt? De bus is een minder veilig vervoermiddel dan het vliegtuig……Stelletje mafketels!
We leven in een land dat steeds meer hypocrisie kent. Neem nu bijvoorbeeld de misselijkmakende reclame van McDonalds dat zich probeert te profileren als groenteboer. Ik ga toch godverdomme niet naar de McDonalds om worteltjes in mijn hoofd te schroeven. Welke mongool van hun marketingafdeling heeft dat bedacht? Ik ga naar de McDonalds om zo veel en zo snel mogelijk ongezond voer naar binnen te schuiven om me daarna dik en smerig te voelen en vervolgens Ronald McDonald een langzame en pijnlijke dood toe te wensen. Kutclown!
Aangezien ik niet graag in de rij sta bij de Stadswinkel tussen dikke huisvrouwen, voormalig dronken autobestuurders, uitgeprocedeerde asielzoekers en andere lieden van bedenkelijk allooi, had ik via de digitale snelweg een afspraak gemaakt voor het aanvragen van een paspoort. Tot mijn grote verbazing was dit alles goed doorgekomen en kon ik direct doorlopen naar de desbetreffende balie. Geen exotische schone, zoals bij het reisbureau dat ik eerder vereerde met een bezoekje, maar een passend fossiel. Dat ik hier te maken had met de personificatie van het credo ‘regels zijn regels,’ zou al snel duidelijk worden. De door mij meegebrachte pasfoto werd door haar grondig geïnspecteerd. De ‘Miss-Etam-bitch’ raadpleegde zelfs haar collega, die zich gezien de poedersuiker op de mouwen van zijn ‘Hema-overhemd’ net tegoed had gedaan aan een puddingbroodje. Gezien zijn plompheid waren het misschien wel twee puddingbroodjes. Eensgezind knikten zij. “Ja meneer, ziet u, het randje van uw bril raakt uw ooglid, dit kunnen we helaas niet accepteren. U zult een nieuwe pasfoto moeten laten maken.” Een lachkick viel mij ten deel.
Wat hebben een fles rode wijn, een tubetrekker, een peperenzoutstel, 15% korting op een avondje Holiday on Ice, een luxe vulpen zonder vullingen (althans daar ga ik vanuit), het Wereldnatuurfonds of Stichting Kika met elkaar te maken? Hieruit kan ik kiezen wat ik van mijn werkgever krijg als cadeau voor het vijfentwintigjarig bestaan van het bedrijf. Aangezien ik een tubetrekker (niet te verwarren met de puberale seksuele manifestatie waarbij je je aftrekt op YouTube-filmpjes) te burgerlijk vind en een avondje Holiday on Ice graag over laat aan latent homofiel Nederland, koos ik (weldoener als ik ben), om lid te worden van Stichting Kika. Ik twijfelde nog even aan het Wereldnatuurfonds, omdat die goed werk doen voor de Orang Oetans in Linggadjati, maar het beeld van een kind met kanker won het van de Orang Oetan met zijn waterige oogjes.
Dat de groenteboer zijn oratorisch talent misbruikt voor het aanprijzen van smerige door gelegaliseerde kinderarbeid geplukte kutaardbeien en mij daarmee uit mijn slaap houdt en mateloos irriteert, is een vervelende bijkomstigheid van wonen op het lelijkste plein van Nederland. Nu heb ik al genoeg gal gespuid over deze besnorde vlekmans, dus dat zal ik dan nu ook niet doen. Twee weken in de fijne zomermaanden van juli is er namelijk geen markt op het Koningsplein. Je zou denken dat ik erg blij ben met het feit dat ik twee zaterdagen per jaar gevrijwaard ben van een hele dag ‘Aarebeien euro’, maar niets is minder waar. Iets minder dan twee weken kan ik namelijk gaan genieten van verschillende kermisattracties voor mijn raam. Nu zijn de attracties en het rotte volk dat vanuit hun holen richting de Tilburgse Kermis kruipt niet het ergste van dit kutfestijn, dat is de teringherrie die al die attracties maken. Nog vervelender is de frequentie waarmee die geluiden herhaald worden. ‘Tien ton staaal! Vertica-ca-caaaal!’’Stap niet in, stap niet uit, we gaan nog één keer achteruit!’’Tjop, tjop, tjop suikerspinnen van Rob!’ en ‘Koop hier uw looo-looo-lootjes, want alleen niet meedoen geeft minder kans!’
Gelukkig worden Iraanse studenten geweerd van bepaalde technische studies in ons land. De maatregel kwam net op tijd, want anders hadden honderden Iraniërs zich kennis eigen gemaakt die hen in staat zouden stellen een atoombom te maken. Het schijnt dat special forces van het leger enkele postduiven hebben neergehaald die gevaarlijke informatie naar Teheran moesten overbrengen. Gelukkig heeft onze minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, adequaat gereageerd op de ´iranisering van de technische universiteiten´. De Iraanse studenten die noodgedwongen hun studie moeten staken of niet worden toegelaten, wordt aangeraden de koksopleiding te gaan volgen. Een enkeling heeft te kennen gegeven een opleiding tot piloot te willen volgen, maar Hirsch Ballin is al bezig met wetgeving om ´iranisering van de luchtvaart´ te voorkomen. Dit uiteraard om toestanden zoals die van de elfde september 2001 in New York te voorkomen.
Eigenlijk wil ik binnenkort weer gaan sporten, maar dat stel ik nog even uit, daar ik er geen zin in heb om tussen alle ' ik-wil-snel-afslanken-nu-het-zonnetje-schijnt-types’ op een fiets of ander apparaat me in het door mijzelf gesubsidieerde zweet te werken. Mijn abonnement zal namelijk ongetwijfeld weer met een jaar verlengd zijn. In september zullen de meeste mensen hun goede zomerse voornemens naar een volgend jaar of een ander leven hebben doorgeschoven en kan ik met een gerust hart naar de sportschool gaan. Het liefste ga ik dan rond een uurtje of negen 's morgens sporten. Dan zijn er veel bejaarden en er is niets leuker om met hen de herhaling van ‘Goede Tijden Slechte Tijden’ te kijken. Misschien kom in Nel dan nog wel tegen, een leuk mens van in de tachtig, maar meer bij de tijd dan menig persoon in mijn omgeving, al zou haar voor Alzheimer rijpe leeftijd anders doen vermoeden.
We leven toch maar in een vreemd landje. Wanneer er mensen optreden met de naam ´Wesley´of ´Charlene´ dan lijkt onder ieder putdeksel nabij de plaats van optreden een woonwagenbewoner vandaan te komen. Zonnebankbruine pubers aan wiens ketting je de naam van henzelf of hun partner kunt aflezen, mannen die gezien hun verkleurde tatoeages op buik en arm te vaak in de zon zitten en plompe vrouwen van middelbare leeftijd in witte strakke broeken, gaan allen los op hits van C-artiesten. Ikzelf mocht ook profiteren van een proletenfeest, ik mocht namelijk consumptiebonnen verkopen aan alle Shirly’s, Priscilla´s en Donny´s die in Tilburg samen waren gekomen voor het ´Festival van het Levenslied.´
Het mooie aan regionale televisie is dat zij programma´s uitzendt die het op de nationale zender direct van de buis zouden worden gehaald. Zo had Omroep Brabant ´Muisje Piere-li-pie-pie-lo´ die avonturen beleefde met een hond (´woefer-die-woefer-die-woef´) en een uil (´oere-lie-boere-lie-boe´). Hilarische televisie! Omroep Fryslan had een aandoenlijke Friese taalcursus voor de allochtone medemens en TV Gelderland zond een programma uit waarin bejaarden middels ´soapachtig´ acteerwerk werd geleerd om te gaan met de chipknip. Nog leuker zijn de interviews op de regionale omroepen. Deze zijn meestal in dialect, worden niet ondertiteld en zijn derhalve alleen te begrijpen doormensen woonachtig in de desbetreffende provincie of stad. Dat is meestal maar goed ook, want er komen nogal genante dingen voorbij in sommige van die interviews. What happens in Brabant stays in Brabant!
Een leuk boekje dat ik eens op een boekenmarkt heb gekocht, ´Opdat wij nooit zullen vergeten,´ typeert het nationale gevoel in Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog. Het verhaalt over de leeuwenmoed van de Nederlandse soldaten op de Grebbeberg en de moedige strijd die het opperbeste Neerlandse leger leverde met de Duitsers. Daarnaast wordt er een pleidooi gehouden om zo snel mogelijk orde op zaken te stellen in Nederlands-Indië, omdat ´onze gele broeders nog lang niet op eigen benen kunnen staan.´ De schrijver, een basisschooldirecteur, gaat uiteraard niet in op het feit dat musea werden leeggehaald voor oude kanonnen en dat men serieus overwoog half Nederland onder water te zetten, alsof natte voetjes de Blitzkrieg een halt hadden kunnen toeroepen. Een generatie geschiedenisboekjes later is nationalisme ineens een vies woord geworden, internationalisme is nu het devies. Toch is het nationale gevoel in Nederland nog zeer aanwezig. Weliswaar moet het dan wel Koninginnedag zijn of moet het Nederlands elftal op een internationaal toernooi spelen, maar nationalisme is dan eventjes geen vies woord meer. Een nuchter volkje verandert dan in een massa oranje randdebielen.
Als bijbaan zit ik in de nachtelijke uurtjes in parkeergarages te studeren, de krant te lezen, mij te vervelen, sigaretjes te roken en filmpjes te buizen. Op de deur staat een hele grote duidelijke poster met ´GEEN WISSELGELD.´ Toch word mij keer op keer duidelijk dat wij verre familie zijn van de bonobo en zijn kornuiten. Een vrouw die er zo te zien in haar vroege jaren zeker mocht wezen, probeert met een briefje van €50 haar parkeerticket te betalen. De vrouw loopt naar mijn loge. Ze loert een volle minuut naar de duideliijke poster op de deur. Dit weerhoudt haar er echter niet van om aan te kloppen. Kutzooi! Ik kom uit mijn bureaustoel, die ik met behulp van enkele kussens tot relaxstoel heb gemaakt, en open met een nepglimlach de deur. "Goedenavond mevrouw, zegt u het eens." "Ja meneer, ik probeer te betalen met dit briefje, maar de kassa pakt hem niet….jij kunt zeker niet wisselen, hè?" ´Godverdomme IQ-loze hut, je kunt toch wel lezen, krijg nu toch snel genitale wratten. Ben jij bij het leesbordje 'AAP-NOOT-MIES' blijven steken bij 'AAP,' of wat? "Nee, helaas niet mevrouw, maar u kunt ook met creditcard betalen," was mijn beleefde antwoord.
Minister Ab Klink van Volksgezondheid heeft onlangs de commissie die hem adviseert over drugszaken, CAM, gevraagd onderzoek te doen naar het gevaar van paddo's. Deze commissie kwam tot dezelfde conclusie als in 2000, namelijk dat paddo's geen gevaar vormen voor de volksgezondheid en dat regulering van paddogebruik beter is dan een verbod, omdat bij een verbod geen voorlichting meer mogelijk is. Dit alles omdat een dronken Frans meisje tijdens een paddotrip van een brug sprong. Hoe kan het zijn dat het besluit van de minister om paddo's te verbieden lijnrecht ingaat tegen het advies van de commissie? Heeft onze Ab dit zelf besloten na een badtrip?
Ik kan mij enorm opwinden over Rita Verdonk. Hoe is het toch in godsnaam mogelijk dat een vrouw met zo weinig charisma zoveel mensen aanspreekt? Dan moet hetgeen zij te vertellen heeft wel heel goed zijn, zou je denken. Niets is echter minder waar. Ze heeft helemaal niets te vertellen. Het electoraat heeft het volgens Rita namelijk te vertellen. Willen haar aanhangers de doodstraf invoeren, dan is Rita voor de doodstraf. Dit soort vergevorderde democratie werkt wellicht op kleine schaal, maar in onze parlementaire democratie raakt het kant nog wal. Men moet lieden die zich doorgaans meer bekommeren om wat Patty Brard bij Shownieuws te vertellen heeft over het druivendieet van Victoria Beckham dan over de vraag of Servië in de Europese Unie moet worden opgenomen, niet teveel belasten met politieke kwesties.
Om alvast in de stemming te komen voor Koninginnedag besloot ik Koninginnenacht eens goed te vieren. Ik had wat vrienden uitgenodigd om met mij kneiterpasta te eten alvorens de stad in te gaan. Kneiterpasta is de Nederlandse variant van macaroni met oranje saus, waarvan de prijs zo laag mogelijk is teneinde meer geld te kunnen uitgeven aan alcoholische versnaperingen. Om het oranjegevoel extra te benadrukken, had ik zelfs een verse wortel door de macaroni gedaan. Uiteraard werd de macaroni weggespoeld met Heineken-bier, dit terwijl de Jupiler in de bonus was. Het is geoorloofd om tegen 30 april als een chauvinist door het leven te gaan.
Omdat ik mij niet zoals een bejaarde opa wilde voelen, besloot ik mijn sloffen te verruilen voor gympen en een rondje door de stad te lopen in plaats van op de bank te hangen en een derderangs tenniswedstrijd te kijken op Eurosport. Het zonnetje scheen en het was een drukke bedoeling op straat, omdat het koopzondag bleek te zijn. De gebruikelijke straatterroristen van de goede doelen waren ook weer present. Wat heb ik toch een hekel aan deze teringhippies, die het credo ' altruïsme me hol: links lullen en rechts zakken vullen' hoog in het vaandel hebben staan. Aangezien ik door de brakke toestand waarin ik verkeerde nog niet had ontbeten, besloot ik mijzelf te trakteren op een kroket uit de pretautomaat. Net toen ik een eerste hap van dit culinaire wonder wilde nemen, sprak een vrouw met calvinistische paardenstaart en 'reforok' mij aan. "Meneer, weet u wel dat het vandaag zondag is, de door god geschonken rustdag?"
Godmagende gruwelijke tering kasplant, krijg smet." Dit was al de zoveelste keer dat een door mij gejatte prutfiets gejat was! Gelukkig ben ik in het bezit van een slijptol, dus ging ik vol goede moed met mijn door alcohol veroorzaakte tunnelview op zoek naar een nieuwe fiets. De fiets waarnaar ik op zoek was, had ik al snel gevonden. De fiets zag eruit alsof de eigenaar deze behandelde alsof hij er een seksrelatie mee onderhield. ´Goed om op te rijden, maar voor de rest er niets mee te maken willen hebben.´ Ik zou deze fiets zeker met meer respect behandelen, dus ik besloot de fiets mee te nemen. Ik zette na een zwalkende tocht huiswaarts mijn nieuwe liefde in de gang en ik besloot dat ik er verstandig aan deed nog een litertje water naar binnen te werken alvorens ik mijn liefdesnestje in zou duiken. Ik had net een groot glas water ad fundum naar binnen gewerkt toen de deurbel ging. ´Welk dwaaslicht belt er nu weer om vijf uur ´s ochtends hier aan,´dacht ik nog bij mezelf. Dat ik beter niet had kunnen opendoen, zou ik weldra ondervinden.
"Het leven is een wervelstorm, hier in Duckstad. Auto's, lasers, vliegmachines, bliksems....," woest zet ik mijn wekker uit. Ik vervloek de persoon die de wekker heeft uitgevonden. Ik snooze nog wat verder tot het eigenlijk al te laat is om op te staan. Onderweg naar de douche stoot ik mijn kleine teen tegen de door mijn moeder subtiel neergezette wasmand. God en zijn zoon moeten het deze ochtend ontgelden en als ik mijn broertje onder de douche vanaf zijn kamer 'Lekkere worst van de HEMA' hoor zingen, baal ik nog meer van deze dag. Het liefste zou ik een emmer koud water in zijn bed gooien, maar het kost me de grootst mogelijke moeite mijn maaginhoud daadwerkelijk in mijn maag te laten vertoeven. Weldra kom ik erachter dat ik een paar uur eerder een pizza met champignon heb gegeten. Het dagje tompoucenscheppen begint weer lekker!
Het liefst mijd ik de ´Aldi onder de drogisterijen´, ´Het Kruidvat´. Vandaag ontkwam ik er echter niet aan, omdat ik in de stad was met een vriendin die hier een bepaalde shampoo wilde scoren. Ik besloot dat dit een goede gelegenheid was om mijn ´kater-medicijnen-mandje´ aan te vullen met een nieuwe lading ibuprofen, rennies en bovenal: strepsils. Waar je in andere winkels door het kassameisje lastig gevallen wordt met vragen over bonuskaarten, ´my-little-pony-spaarlikkaarten´, smurfen, koopzegels en beenhamspaarpunten, zo is het kruidvatmeisje verplicht te vragen of je informatie wilt over de medicijnen die je koopt. Op zich niet vreemd, maar toen ik haar vroeg of het echt noodzakelijk is om die strepsils anaal in te brengen, zag zij hiervan de humor niet in. Het kassameisje leefde namelijk in de veronderstelling dat ik serieus een vraag had over het anaal inbrengen van keelsnoepjes. "Sorry meneer, dat weet ik niet, ik ga het even aan mijn baas vragen", was haar zeer verassende antwoord.
Een aantal plaatsen wordt door een mens het liefst gemeden. Eén van die plaatsen is de tandartspraktijk. Dat geldt ook zeker voor de tandartspraktijk die ik jaarlijks met een bezoekje vereer. Ongelofelijk dat mijn tandarts zijn wachtkamer nooit aan enige verandering heeft blootgesteld. Nu hoeft het geen sfeervolle huiskamer te zijn waarin ik moet wachten tot de tandenfetishist mijn gebit onderwerpt aan een jaarlijkse keuring, maar een interieur dat meer weg heeft van een rouwkamer is het andere uiterste. Het lijkt godverdomme wel of ik in het crematorium van Staphorst zit te wachten tot ik de as van oma overhandigd krijg.
Tegenover mij in de treincoupé zat een oude dame wat somber voor zich uit te staren. Ik geef haar groot gelijk, want dat zou ik ook doen als ik mijn dagelijkse portie geluk uit een spelletje ganzenborden met een demente vriendin moest halen. Toen de conducteur om haar kaartje vroeg, bleek dat de dame niet over een geldig vervoersbewijs te beschikken. Ze had iets van een seniorenkaart, maar de maandag kon zij niet als ' keuzedag' gebruiken, zo wist de conducteur haar te vertellen. "Wat een gezeur", stamelde het oude vrouwtje uit. Bij het volgende station verliet zij noodgedwongen de trein om alsnog een kaartje te kopen. De trein wachtte niet en ik kon het oude vrouwtje met moeite de trap zien afgaan richting ticketauromaat.
Het vervelende aan op vakantie gaan is dat je waar ook ter wereld geconfronteerd kan worden met stereotype Nederlanders. Je kunt niet vertoeven op een Zuid-Franse camping zonder dat er naast je een naar ´SBS 6´ verlangend gezin zit dat onder het genot van zelf meegebrachte Kaapse bocht een, met hulp van de ´Knor-kokkie´ gemaakte, macaronischotel aan het eten is. Je kunt niet ongestoord in Praag een Big Mac als ontbijt eten, zonder dat een bierbuik op ´Heineken-slippers´ voor je in de rij in zijn beste Tsjechisch een hamburger bestelt: "Doe mij maar een hamburger". Of nog erger: "doe mij maar de duppieknaller". Zelfs wanneer je badplaatsen mijdt waar ´Kees Kroket´ en ´Piet Friet´ het lokale voedsel hebben verdrongen naar de buitenwijken, ontkom je niet aan de stereotype Nederlander.
“Meneer mag ik u iets vragen”, word me gevraagd als ik in de binnenstad aan het genieten ben van mijn zaterdagmiddag. Afgezien van het feit dat de ongure jongeman dit reeds doet door deze vraag te stellen, besluit ik ´uiteraard´ te antwoorden op zijn domme vraag. “Koopt u weleens een boek of een DVD?” “Ja, ik koop weleens een boek of een DVD, maar als je me iets wilt aansmeren, ben je aan het verkeerde adres. Waarschijnlijk werk je voor een quasi-malafide bedrijf dat boeken en DVD´s opkoopt die andere bedrijven niet verkocht krijgen en probeer jij zoveel mogelijk mensen voor een lidmaatschap te paaien, maar daar trap ik helaas voor jouw prestatieloon niet in”. De jongen kiest eieren voor zijn geld en gaat op zoek naar een nieuw potentieel slachtoffer.
´Aarebeien euro…..aarebeien euro….lekkere aarebeien euro!´ Chagrijnig ontwaak ik door het geschreeuw van dit soort teksten van de marktkoopman die zijn waar onder mijn raam heeft gestald. Dat wakker worden op zaterdagmorgen is een leuke bijkomstigheid van wonen op het lelijkste plein van Nederland, het koningplein in Tilburg. Hoorde ik toen ik om een uurtje of zes naar bed ging de marktkooplui elkaar nog ´be-goeie-moggelen´en de visboer ´be-inkt-vippen´, om een uurtje of tien begint de ellende pas echt. Ik sta op het punt om ´Stoofpeertjes kwartje!´over het plein te schreeuwen, maar besef me net op tijd dat dat wellicht een aanzienlijke hoeveelheid rotte ´aarebeien´ tegen mijn raam tot gevolg heeft.
Ik verslikte me bijna in een stuk Schwarzwalderkirschgebak van de HEMA toen mijn oudtante op haar verjaardag van wal stak over de dominee. ´Het was godverdomme niet normaal, dat de beste man nog mocht preken!´ Het schijnt een typisch Nederlands cultuurfenomeen te zijn: zwetsen tijdens het kringeten –en drinken op een verjaardagsfeestje. Ik vind het in ieder geval een kut-cultuurfenomeen! Er is geen zak aan om op een stoel te zitten en onder het genot van een plakje leverworst allerlei oppervlakkige klets over tuinhuisjes, de prijs van een kilo oude kaas, de visavonturen van buurman Henk en overleden kennissen aan te moeten horen. Ook interesseert het mij geen zak dat de dochter van Miep zwanger is geraakt door haar wilde avonturen met de overspelige ome Arie.
Het is een uurtje of acht als ik twee jonge dames op het perron passeer. Zij moeten het credo: ‘Een joint in de morgen is een dag zonder zorgen’, hoog in het vaandel hebben staan, want een sterke wietlucht komt mij tegemoet. Ik moet het die ochtend doen met lauwe slappe automatenkoffie van de Kiosk en een broodje gezond, waarvan ik de kaas niet van de ham kan onderscheiden. Wellicht zijn mijn smaakpapillen nog verdoofd van de vorige avond, maar de zompige structuur van het broodje lijkt me hier meer debet aan. Ik troost mij met de gedachte dat de dames die ik passeerde over een paar jaar nog steeds op het station te vinden zijn. Alleen dan verkopen zij hun lichaam voor een Bic Mac en een kleine Fanta zonder ijs.
Carnaval is weer voorbij. Allerlei fraaie figuren sierden afgelopen week het straatbeeld van Tilburg. Zo kwam ik een ´Bier-Boerka´ tegen, die een rietje door zijn boerka had om zo toch voldoende goudgele pretcilinders naar binnen te kunnen werken. Hij had zelfs een bomgordel om met reserve blikjes bier! Ik heb verder een heerlijk biertje gedronken met ´Peter Pan´, een dronken vijftiger met een steelpan op zijn hoofd waar met stift ´Peter´op stond geschreven. Verder kwam ik een groep mannelijke nonnen met voorbind dildo tegen en kreeg mijn libido een postieve impuls nadat een groepje goed uitziende dames op leeftijd (milfs!) mij passeerde in SM-pakje.
Afgelopen weekend ging mijn rughaar overeind staan, toen ik op de radio de naïeve teksten van een ' Jonge Socialiste' aanhoorde. Dit ondanks haar zwoele en bovendien hese stem. Je zou denken dat er daar juist iets anders van overeind gaat staan, maar niets was minder waar. De dame in kwestie pleitte namelijk onder andere voor positieve discriminatie, om zo meer vrouwen en allochtonen in de Tweede Kamer te krijgen. Volgens haar is het namelijk zeer belangrijk dat de politiek een juiste afspiegeling is van de samenleving.
´En ga je nog op vakantie? Goh wat leuk, en wat studeer je dan? Ja, ik heb ook een neef die studeert. ´Het is weer hondenweer en hij geeft voor komende week niet veel beter op.´ Ga je nog iets leuks doen dit weekend?´ ´Ja, verkoudheid heerst op het moment enorm, zoveel mensen zijn verkouden.´ Om niet een half uur lang met dit soort onzin geconfronteerd te worden, stel ik mijn bezoek aan de kapper net zolang uit totdat ik dreads kan vlechten van mijn nekhaar. Wat word je toch ongelofelijk moe van de poepgesprekken die kapsters kunnen voeren, uniek hoor.