"Jij ... jij bent Franco,..." stamelde Ahmed, zijn pijn verbijtend. "Ik dacht dat je vast zat."
"Dat klopt. Dat zát ik ook. En snap je nu ook
dat je met de dochter van de verkeerde man aan het klootzakken was?"
"Ik .. herkende je niet." Hij lachte een beetje gegeneerd. "Je bent oud geworden ... " Bloed kwam uit zijn mond.
"Tien jaar in de nor, Ahmed. Tien jaar, godverdomme."
"Wat bedoelt hij?" Kimberley was de trap afgekomen. "Wat bedoel jíj?"
"Dat is een lang verhaal, schatje. Als we
tijd hebben vertel ik je alles. Maar nu gaan we eerst even de boel hier
even afhandelen."
- altijd weer; het verlangen om te vluchten. Te vluchten waarin? Weg, ver weg. Als het maar ver is. De gedachte dat Franco bezit van mij nam, leek steeds dichterbij te komen. "Als je niet doet wat ik wil, neem ik wraak. Je hebt dierbaren om je heen. Nog wel." Zijn stem sneed in mijn ingewanden. Het laatste beetje ziel en geweten -
- stel ik mij voor hoe het moet zijn als ikzelf zijn slachtoffer ben. Die vunzige adem van hem in mijn oor. Zijn schurfterige vingers om mijn nek. Ik kom adem te kort. Volkomen hulpeloos lig ik voorover. Ik voel zijn andere hand op mijn rug, mijn billen. Dan weet ik dat hij zijn hoofd terugtrekt. Ik voel zijn speeksel in mijn bilspleet druipen. Alle spieren in mijn lijf staan gespannen. Dit gaat pijn doen. Daar is zijn mes. Zonder al te veel kracht te zetten legt hij alle gramschap van de afgelopen nachten in een houw in mijn buikholte en mijn huid open. Vlees stinkt, adem stokt. Een grote gapende wond, naar buiten puilende darmen en -
- hemd plakte aan mijn lijf. De gedachte aan wat Franco uitspookte, deed de adrenaline door mijn aderen gieren. Over zijn duistere daden hing een zweem van uitnodigende spanning. Die vunzigheid, daar moest ik gewoon meer van weten. De nieuwsgierigheid greep me bij de keel. Hier was geen ontkomen meer aan. Ik moest het weten. Alles op alles; niets. En dan die verstikkende greep. Slaap vatten is onmogelijk. Alle verlangen naar veiligheid maakt plaats voor koude overlevingsdrang. Bloed pulseert door aderen. Hoogspanning. Het hart bonkt in de keel. Nog wel. Een waas voor de ogen. Ontheemd. Zo machteloos, alle hoop gezonken. De ranzigheid van -
- de kamer naast me hoor ik gestommel; op de gang is het stil. De deur is op slot. Hoe lang is het licht al uit? Door het kleine raampje komt licht. Stilte? Het gestommel is opgehouden. Een schreeuw! Dan is het weer even stil. De kreet is gesmoord. Ik knijp mijn ogen dicht. Als kind was ik bang voor het donker; nu verlang ik steeds meer naar voortdurende duisternis. Er klinkt zacht geluid. Iemand gaat weg. Ik leg mijn oor tegen de kale betonnen muur. Iemand kreunt. Dan hoor ik niets meer. Wacht, iemand zucht. De zucht uit de hel. Dan gaat het gekreun over in een gegorgel. Dan verstomt het. De hel gaat door. Metaal valt op de koude vloer. Het gehijg verandert in gegrom. Dan stokt het geluid. Minuten lang is er stilte. In de kamer naast me is alles afgelopen. Ik kan niet slapen. De hel is te dichtbij -
- het geluid van een strottenhoofd dat tot pap geknepen wordt. Het went. Zo ook het schurende raspgeluid van lucht dat uit de mond komt. De verslapping van het lichaam. Franco was er een meester in. Je zag de opwinding op zijn gezicht. Hij genoot. Alle energie ging naar zijn handen. De vingertoppen waren wit; het bloed was eruit geknepen zo lang hij kracht zette. Toen was daar de ontspanning. Hij liet los. Zijn grijns bleef -
- een mes, altijd een mes. Of de blote hand. Franco had een mes in zijn hand. Zijn gezicht voelde plakkerig; het rook vervelend vreemd. De aders in zijn hoofd bonkten. Hij was buiten adem. Waarom had hij een mes vast? Franco voelde alleen woede. Tyfuswijf. Kuthoer. Ze had hem genegeerd, vernederd en nu was ze dood. Een beetje liefde en aandacht was genoeg geweest. Ze verdiende niet minder. Hij hief zijn arm, zijn hand, zijn mes. De zwaai -
- gleed zijn hand over de borst van zijn slachtoffer. Die rilde in de laatste momenten van de doodsnood. Zo gespannen als de zwetende prooi was, zo kalm ademde Franco. Vingers langs de keel, een hand die samenkneep. Daar ging je strottenhoofd. Als je heel stil was, kon je het horen verbrijzelen. En dan het gegorgel uit de mond. De flikkering van het streepje licht op het lemmet van het mes. Een zwaai. Soepel gleed het metaal door het zachte vlees van de hals. Bloed spoot in het rond. De demonische lach van Franco sneed door merg en been. En dat was pas het begin van -
- zag de jongen kijken tijdens het eten. Zijn kleine oogjes waren een waarschuwing. Hij was niet echt slim. Franco kon twee dingen niet uitstaan tijdens het eten; priemende oogjes en domme mensen. Hij stond half op en gromde. Toen stak hij in een flits zijn vork dwars door de wang van het slachtoffer. Daarna at hij verder alsof er niks aan de hand was. De bloedende en kermende jongen verdween uit de eetzaal en het werd weer rustig. Franco grijnsde. Er zat bloed op zijn kin en -
- had al lang geen meisje van dichtbij gezien. Niet omdat hij dat niet interessant vond, maar omdat het onmogelijk was. Die honden lieten hem niet gaan. En daarom had hij een regeling getroffen met zijn kamergenoot. In ruil voor zijn leven dacht Franco aan mooie grietjes tijdens de nachtelijke uren. Eenmaal buiten zou hij weinig over laten van het poepgat dat aan zo'n snol zat. Franco was altijd uit op bloed. Dat was de leegte in zijn hoofd. Vooral als hij zijn harde -
- die demonische lach. Gek word je ervan. Tot brakens toe moet ik ernaar kijken en luisteren. Het is sterker dan ik. Ik zou me ervoor willen afsluiten, maar ik kan het niet. Steeds weer word ik ernaar toe gezogen. Die hoge uithalen die door mijn merg en been snijden. En dan de switch naar de lage tonen. Mijn onderbuik wordt aangeboord. Afschuwwekkend, maar o zo intrigerend. Franco kan er wat van. Ik heb kippenvel -
- wit weggetrokken. De aders in zijn ogen zijn rood. Knalrood. Zie ik het nu goed? Loopt er een straaltje sputum uit zijn mondhoek? Franco wrijft zijn handen. De engel staat nietsvermoedend in een hoek van de doucheruimte. Het licht is beduimeld. Van de zes peertjes schijnen er nog maar twee. De engel draait zijn naakte lichaam met zijn rug naar Franco. Ik weet wat er gaat komen. Weg moet ik voordat -
- Franco had spullen binnen weten te laten smokkelen. Hij deed zich eraan tegoed. Wat leek op een gewoon sjekkie, zat boordevol ander spul. Het maakte hem helemaal gek. Ik heb nog nooit iemand zo door het lint zien gaan. Hij schopte en sloeg zijn slachtoffer. Koert was wekenlang uitgeschakeld. Hoe ik het voor elkaar kreeg, weet ik niet, maar ik wist bij Franco uit de buurt te blijven -