Dit zijn alle columns die Francesca voor FOK! geschreven heeft. Klik op de link rechtsonder de intro om de column te lezen.
Het meten met twee maten is vooral bij de politie geen onbekend fenomeen. Burgers maken het noodgedwongen dagelijks mee. Naar de één kijkt de politie niet, naar de ander wel. En dat alleen maar omdat de heren (lees ook: dames) de ene keer geen zin hebben in die papieren rompslomp en een andere keer wel. (heeft vaak ook met uiterlijk, geslacht en leeftijd te maken)
Maar wie heeft dan verteld dat politiewerk alleen maar leuk is? Ik niet. Soms zit het mee, soms zit het tegen, zeg ik altijd, politiewerk vormt hierbij geen uitzondering, hoor.
Heldere visioenen krijg ik ineens, van valse honden die losbreken van hun ketting en hun scherpe tanden in kinderlijfjes zetten, van geestelijk gestoorde maniakken die op klaarlichte dag kindertjes ontvoeren, van vrachtwagenchauffeurs die bij het nemen van de bocht een flink stuk van de stoep meenemen en daarbij net niet de spelende kindertjes weten te ontwijken, van liefdevolle en zeer verantwoordelijke ouders die hun opvoedende taak eindelijk eens serieus zullen nemen en mij en de rest van de buurt zullen verlossen van hun eigen kroost.
Mijn koppige drang naar integratie is geen doorslaand succes gebleken. Hetzelfde geldt voor dat hartstochtelijke pleidooi over onze Nederlandse cultuur dat gestoeld zou zijn op joods-christelijk-islamitische invloeden. Het is nooit mijn bedoeling geweest om zowel de VVD als de PVV te shockeren met die brutale confessie. Ik besef nu ook wel dat pro-islam uitspraken niet alleen de heer Wilders over de rooie jagen, maar dat dit ook de heer Rutte laten schuimbekken van woede. Cultuur-relativisme zal ik voorgoed laten rusten, dat beloof ik u. Niemand is erbij gebaat om voor knettergek te worden versleten, maar ook dit valt alleen mij te verwijten.
Een paar dagen geleden, tijdens een nieuwsuitzending, mochten wij weer eens zo'n groepje jengelende Tibetaanse monniken aanschouwen. Op één monnik die een bijzonder indringend jankgeluid produceerde, werd extra ingezoomd. Zo zag ik dat hij jengelde, niet écht huilde. Want even voor de duidelijkheid, beste lezers: jengelen, dat is huilen zonder tranen, aanstellerij dus.
Maar dit soort taferelen doet de Tibetaanse zaak geen goed, dacht ik meteen, al meende ik de aanleiding tot dit drama maar al te goed te begrijpen: geven de Chinezen eens een feestje, hebben zij de Tibetanen niet uitgenodigd. Genoeg reden om te jengelen, toch?
Ik ga niet naar de rouwkamer. Niet omdat ik geen afscheid wil nemen, maar omdat ik haar in gedachten wil houden zoals ze was vóór die akelige ziekte haar in zijn greep kreeg. Bovendien weet ik dat het niet klopt wat ze zeggen: dode mensen liggen er nooit mooi bij. En met de aanblik van mijn dode vriendin wil ik niet naar huis.
Nauwelijks de heisa over Fitna achter de rug of we maken ons alweer druk om een ander filmpje: "Sorry voor de film". Sorry, maar voor wélke film? Oh, alleen voor die van Wilders. Dus niet voor "Submission", de film van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh.(waarover ik trouwens niemand meer hoor en dat terwijl daarin toch ook flinke kritiek op de Koran en de Islam wordt geleverd) En ook geen verontschuldigingen voor de gelegenheid die wij Sooreh Herah hebben gegeven om haar foto's te exposeren? Herinnert u zich díe eigenlijk nog wel?
Het zit Rita Verdonk ook niet mee. Niet alleen belandde zij met een spierblessure in het ziekenhuis, zij het voor tijdelijk, wordt haar toekomstige campagne ook nog eens overschaduwd door de film van Wilders. De huidige situatie in ogenschouw genomen, benijd ik Rita Verdonk dan ook zeker niet. Des te meer niet nu het er ook nog sterk op begint te lijken dat zij slechts omringd wordt door nitwits en ratten. Neem nu die meubelmaker - die met die Franse achternaam, want dat staat zo sjiek - die Jan Des Bouvrie, die ook genoemd werd als Rita's adviseur. Die wist niet hoe snel hij naar de Pers moest rennen om te vertellen dat hij niet Rita's adviseur is, maar haar slechts advies gaf. Voor haar interieur zeker, ja, zo lust ik er nog wel één. Wat een angsthaas.
En nu ik het toch over de Pers heb, bij dat krantje moet Rita ook niet meer zijn. Die pretenderen zo bevrijdend te zijn, maar passen stiekem wel censuur toe.
Je zou kunnen zeggen dat ik in Napels als scout fungeer, voor het Nederlandse Ministerie van Defensie wel te verstaan. Militairen die met hun gezin naar Napels worden uitgezonden en mij iets over de opvang willen vragen, kunnen van mij een eerlijk antwoord verwachten. Ik weet namelijk hoe het hier geregeld is: abominabel slecht, een zooitje is het.
Zijn zij eenmaal in Napels gesetteld, mogen zij het voortaan zelf uitzoeken. Het interesseert Defensie namelijk geen zak hoe het hen verder zal vergaan.
Ik heb zojuist de televisie aangezet en val midden in een uitzending over babyverzorging. De camera zoomt in op een pasgeboren baby, een jongetje met donkere haartjes. Hij ligt met ontbloot onderlijfje op een behandeltafel en sabbelt tevreden op een fopspeen. Als de speen uit zijn mondje dreigt te glijden, wordt die er zachtjes weer ingedrukt.
In mijn achterhoofd begint een belletje te rinkelen, want de hand die ik zie is niet van de moeder, maar van de vader. Bovendien gaat het gesprek helemaal niet over babyverzorging, voeding of groei, sterker nog, de moeder is er niet eens bij.
Het bericht over de overvaller die afgelopen maandag in Amsterdam-Oost door zijn slachtoffer werd doodgereden, ontlokte bij velen heftige reacties. Hierin reageert iedereen verontwaardigd of boos, niet op het slachtoffer dat het ongeluk veroorzaakte, maar op Ali el B., de omgekomen tasjesdief.
Het merendeel van de reacties is positief en die gaan vooral richting Germaine C., het 43-jarige vrouwelijke slachtoffer. Men koestert grote bewondering voor haar daadkracht, sterker nog, haar wordt bijna alleen maar lof en hulde toegezwaaid. Sommigen gaan nóg een stapje verder en vinden zelfs dat zij een medaille of lintje heeft verdiend, juist omdat de Marokkaanse tasjesdief Ali el B. tijdens het voorval het leven liet.
“Love letters straight from your heart, keep us so near while apart”
Zomaar een liefdesdeuntje, gezongen door de legendarische Elvis. Het schoot even door mijn hoofd toen ik een brief las, geschreven door een onbekende jongeman die de komende feestdagen door moet brengen in Camp Sinbad, één van de Nederlandse militaire kampen in Irak.
Daar stonden ze, naast elkaar, onze Koningin met haar drie zussen, in de Nieuwe Kerk te Delft, hun gezichten en kleur van hun kleding perfect op elkaar afgestemd en zich volkomen bewust van hun nieuwe, maar treurige status: wees van koninklijke bloede.
Respect in onze samenleving heeft bijna geen betekenis meer. We zijn bang, op straat, op school en in ons eigen huis. We verbergen onze angst door een grote mond op te zetten en tegen van alles aan te schoppen, heilig of niet. We zijn zelfs te bang om écht te veranderen, liever doen we mee aan een rage en scharen we ons eendrachtig achter het idee van het oranje polsbandje.
Kijk je naar het Nederland van nu, kan het bijna niet op: voor het behoud van de eigen cultuur hebben bijna alle allochtone groepen hun eigen landelijke omroep, kranten en tijdschriften. We zien moskeeën in Nederland, talloze koffiehuizen en ontmoetingscentra voor allochtonen. Dit alles is voor een goede integratie niet genoeg gebleken. De moord op Theo van Gogh maakte dat wel heel duidelijk. Daarom moeten er nu ook gesprekken plaatsvinden. Let wel, ik doel hierbij op de communicatie tussen autochtonen én allochtonen.
Mijn Indische grootmoeder zou van haar schommelstoel gevallen zijn. Haar werd immers het zwijgen opgelegd. Haar zwijgen was echter niet exemplarisch, maar Indisch gemeengoed. Toentertijd was er geen aandacht voor Indische Nederlanders, de oorlog in Nederlands-Indië of de politionele acties erna, sterker nog, er werd niet eens met hen gesproken, laat staan dat naar hen geluisterd werd.
Sinds in maart 2000 het Palestijnse gebied volledig werd afgezet, werden de controles nog veel strenger en pakt het Israëlische leger zonder enige vorm van aanklacht Palestijnen op, waaronder ook kinderen.
In een reportage van Twee Vandaag op 20 november jl. werden enkele foto’s getoond. Hierop was te zien hoe Palestijnse kinderen in de kraag werden gevat door zwaarbewapende Israëlische soldaten. Eén jongen bleek zonder zijn stenen niet meer zo heldhaftig: hij had zich bevuild, getuige de grote, donkere vlek op zijn spijkerbroek.
Waarschijnlijk wist hij wat hem te wachten stond. In Israëlische gevangenissen gaat men namelijk niet zo zachtzinnig met Palestijnse kinderen om: vernederingen, bedreigingen en mishandelingen zijn er aan de orde van de dag.
Geachte Stefan Tetelepta,
Wat met u aan de hand is, noemen wij het Fok!syndroom, hoewel het onder nieuwsposters, reviewers, radiomakers, interviewers, tv-sterren, visagisten, hofnarren en obers ook voorkomt.
Dat syndroom gaat als volgt: FOK!columnist volhardt in het schrijven van nietszeggende columns, gebruikt daarbij kinderlijke bewoordingen en draaft door in grappen die niet leuk zijn, maar waarover wij niets zeggen, omdat hij vroeger zo geliefd was.
Ooit wel eens een hoog oplaaiende ruzie gehad? Met je partner bijvoorbeeld? Ik bedoel zo’n vreselijke uitbarsting waarbij de emoties zo hoog opliepen dat je hem of haar allerlei scheldwoorden en vreselijke ziektes naar het hoofd smeet. Een ruzie waarbij je zowat explodeerde en al het oude zeer en onvergeeflijke conflicten uit het verleden oprakelde en hem of haar daarmee zo laag onder de gordel wist te raken dat diegene geen weerwoord meer had?
We willen allemaal bijzonder zijn. Bijzonder ben je bijvoorbeeld als je kunt voelen wat een ander niet voelt en zien wat een ander niet ziet of als je je altijd al anders dan anderen hebt gevoeld, maar zelf niet weet waarom. Als je ook nog snel van slag bent en niet tegen lawaai en mensenmassa’s kunt, kortom hooggevoelig bent, dan pas ben je écht bijzonder.
Dat willen we allemaal wel, héél bijzonder zijn, we willen allemaal wel een HSP zijn.
De Amerikaanse presidentsverkiezing houdt de hele wereld bezig: “Judgementday” komt immers steeds dichterbij.
De verkiezingsstrijd verloopt saai, zonder uitschieters of ook maar één spectaculaire uitglijder. Er wordt niet eens met modder gegooid, bijna geen enkele Amerikaanse vrouw loopt er dan ook warm voor. En terecht vind ik, want als ik, als vrouw, zou moeten kiezen tussen Bush en Kerry, koos ik geen van tweeën.
Wat een stelletje droogkloten, boeiend noch prikkelend, niets maken ze in mij wakker, geen enkele erotische fantasie heb ik over hen, nog geen seconde.
Bush noch Kerry heeft sex-appeal, ze zijn absoluut niet te vergelijken met handsome “Wild” Bill Clinton, één van de weinige presidenten ooit die dat wél had. Een man die zijn dikke sigaar een geheel eigen seksimago aanmat en daarmee zelfs mijn erotische fantasieën een flinke oppepper gaf. Nee, als ik George W. en John F. eens goed bekijk, weet ik dat ze niet zullen scoren, niet alleen bij mij of bij hun eega’s, maar ook bij vele andere vrouwen niet, "boring" als ze zijn…
Ik durf niet, ik durf haast niet meer te schrijven over Marokkanen, vooral niet over dat Marokkaanse gezin in Utrecht, dat op last van het Openbaar Ministerie door de Nationale Recherche en de ME met veel bombarie werd overvallen. Waarschijnlijk omdat zij verdacht werden in het bezit te zijn van explosieven, van terroristische activiteiten dus.
Ik durf er haast niet over te schrijven, omdat de sfeer eromheen extreem geladen is en de situatie sowieso al explosief genoeg.
Ik zou mezelf immers verdacht kunnen maken, misschien word ik dan wel beschuldigd van heulen met de terroristen of erger, misschien beschuldigt men mij ervan sympathie voor die “kutmarokkanen” te koesteren of nóg erger, misschien word ik er dan wel bijgelapt.
Aan het fysieke én psychische lijden van Eugene Armstrong is een einde gekomen: hij is onthoofd. Natuurlijk zijn de beelden van zijn gruwelijke onthoofding te zien én te horen op een islamitische website: men heeft per slot van rekening weer een heldendaad verricht.
Maar nee dank je wel, ik voel geen enkele behoefte om het te zien. Want ik wéét hoe hij is omgebracht: totaal respectloos en zonder een greintje gevoel, door een dappere, gemaskerde man met een mes, volledig overtuigd van het feit dat hij het volste recht had om Eugene te doden.
Ik weet ook dat Eugene zich niet kon verdedigen, dat hij geboeid was, en dat hij, op het moment dat hij stierf, geblinddoekt moet zijn geweest. Ik weet dat de laffe moordenaar hem niet in zijn ogen durfde te kijken.
Ik weet dat Eugene Armstrong een Amerikaan was, maar geen soldaat. Een ding weet ik zelfs heel zeker: waarom hij naar Irak ging, wat hij daar ook moest of wilde doen, hij wilde er in ieder geval niet sterven.
Het klinkt hard, maar dit is in mijn ogen de enige juiste benaming voor alle ouders die hun kroost met de auto naar school brengen. Nou vooruit, degene die zijn auto fatsoenlijk bij school parkeert, in een parkeervak bijvoorbeeld, en de overige vijftig meter loopt, is alleen maar lui en ouders wier stulpje werkelijk héél ver weg staat, zal ik ook ongemoeid laten.
Maar de ouders die op een steenworp afstand wonen en hun kroost desondanks met de auto naar school brengen, die noem ik luie varkens, allemaal.
Ik heb een hekel aan zondagen, ook aan maandagen trouwens, wat een kutdagen zijn dat. Neem nu de zondag, het einde van de wereld lijkt het wel; alle winkels dicht en geen hond op straat. Iedereen ligt op bed te meuren of hangt met een ongewassen smoel voor de tv, allemaal chagrijnig natuurlijk, want de nacht ervoor hebben ze zich helemaal lam gezopen en stinken ze om die reden ook nog behoorlijk uit hun muil.
Leerlingen van de school in het Noord-Ossetische Beslan leerden op hun allereerste schooldag een keiharde les: hun leven, dat van hun ouders en hun leraren is niets waard.
Het werd er hardhandig ingepompt: twee lange dagen zaaiden Tsetsjeense terroristen dood en verderf in hun school en alsof dat niet erg genoeg was, kwam het gevaar tijdens de “bevrijding” van twee kanten. De gegijzelden werden niet alleen door de terroristen beschoten, maar ook door hun “bevrijders”.
We zagen het op het nieuws: er heerste totale chaos, ontreddering en paniek bij de school. Naakte en halfnaakte kinderen en volwassenen, met grote angstogen en magere, bebloede lijven, renden kriskras over het terrein, op zoek naar een veilige schuilplaats en naar bescherming, maar dat alles was ver te zoeken. De prioriteit van het Russische leger lag niet bij het helpen van de slachtoffers, maar bij het opsporen van de terroristen.
Schrijvers (lees hier ook schrijfsters) zouden eigenlijk alleen moeten zijn. Ik bedoel écht alleen, dus niet samenwonend of getrouwd, nee, helemaal alleen, ze zouden zelfs geen vriend of vriendin moeten hebben.
Een partner berooft je van je passie, verlamt je vingers en vermoordt je schrijversgeest. Ze zijn egoïstisch en bezitterig bovendien, ze begrijpen al niet waarom je schrijft, laat staan dat ze kunnen bevatten wat er in je hoofd omgaat.
De handtas van een vrouw is een groot mysterie, je weet nooit wat erin zit. In mijn tas wordt niet gesnuffeld, laat ik dat even vooropstellen. Het is niet zo dat de inhoud strikt geheim is, maar ik houd daar gewoon niet van, mijn handtas is mijn heilig goed. Bovendien woon ik in Napels en dat maakt dat ik nog voorzichtiger ben met mijn tas. Ik verlies hem nooit uit het oog: waar mijn tas is, ben ik en omgekeerd.